veni vidi vici

 

cocon om me heen, ondoordringbaar gemutst
muur vol staal en steen, staat gebeiteld
niets of niemand komt er doorheen
een onneembare burcht
totdat jij kwam

onbekend met de wereld, doelloos dwalen
zoeken naar een onbestaand antwoord
in alle gaten en kieren wanhopend
gutsen in een chaotisch geloof
totdat jij zag

een alchemist met de steen der wijzen
argos in het land der blinden
haalde de muur omver
en overlaadde me
met jou

raar

 

wat is dit voor een systeem?
waar je als normale dolende
je grenzen opzoekt en
daar overheen gaat zelfs
als dat gevraagd wordt tenminste
want zonder dat, doen we er niets tegen
en zijn als een zombie zonder weltschmerz
en vechten tegen de bierkaai
gooien onze principes in de ramsj
om niet hoeven te verloochenen
je afkomst en meer
zonder weerga
alles, alles, alles, aldra
vergaat de wereld, nietwaar?

waar was jij

 

trouwens, waar was jij al die tijd, toen ik hier was?
laat me niet weer alleen, ik voel me niet goed
even is niet zo erg, maar niet te lang graag
voorkom dat het opnieuw gebeurt, wil je?
en vergeet niet iets voor me mee te nemen
niet dat dat wat helpt, maar voor het geval
ik een beetje somber ben geworden
soms gebeurt dat in mijn eenzaamheid
‘k wou dat dat anders was, maar gebeurt
uren zit ik alleen in mijn hok
te denken aan mijn kabouter